Flashcards

Flashcards leggen in een paar zinnen belangrijke begrippen uit. Ze kunnen worden gebruikt als hulpmiddel om zelf een gedragsanalyse te maken of om het geheugen op te frissen. Klik op de begrippen om de definitie te bekijken. 

Gedragskennis

Gedragskennis
Gedragskennis

Kennis over gedrag gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. 

Probleemgedrag

Probleemgedrag
Probleemgedrag

Het gedrag wat we willen veranderen middels een interventie. Mensen doen niet wat ze zouden ‘moeten’ doen (bijv. verduurzamen van het huis), of doen juist iets wat ze niet zouden moeten doen (bijv. incorrect invullen van een formulier).

Fundamentele attributiefout

Fundamentele attributiefout
Fundamentele attributiefout

De neiging om de acties van een ander toe te schrijven aan zijn persoon, terwijl je je eigen fouten toeschrijft aan de situatie.

Doelgedrag

Doelgedrag
Doelgedrag

Het gedrag wat we willen stimuleren; de gewenste uitkomst van een gedragsinterventie.

Determinanten van gedrag

Determinanten van gedrag
Determinanten van gedrag

Persoonlijke- en omgevingsfactoren die het gedrag beïnvloeden.

Fundamentele psychologische behoeften

Fundamentele psychologische behoeften
Fundamentele psychologische behoeften

Behoeften die ieder mens heeft: een positief zelfbeeld, erbij horen, controle hebben.

Verliesaversie

Verliesaversie
Verliesaversie

Verlies doet disproportioneel meer pijn dan dat een winst je blij maakt.

Framing

Framing
Framing

De manier waarop keuzes gepresenteerd worden. Bijvoorbeeld het benadrukken van winst of juist verlies.

Systeem 1

Systeem 1
Systeem 1

Een manier van denken en beslissen die snel en automatisch is. Dingen die je doet uit gewoonte of zonder erbij na te denken.

Systeem 2

Systeem 2
Systeem 2

Een manier van denken en beslissen die reflectief is. Dingen die je bewust doet, op basis van een weloverwogen keuze.

Sociale normen

Sociale normen
Sociale normen

Normen attenderen ons op wat gepast gedrag is in een bepaalde situatie. Er wordt onderscheid gemaakt tussen twee verschillende normen: de descriptieve norm en de injunctieve norm.

Intentie

Intentie
Intentie

Een voornemen: iets wat men van plan is te doen of bereiken.

Rationeel gedrag

Rationeel gedrag
Rationeel gedrag

Gedrag dat gebaseerd is op de afweging van alle voor- en nadelen van dat gedrag.

Heuristieken

Heuristieken
Heuristieken

Vuistregels aan de hand waarvan we beslissingen nemen. Een soort informele algoritmen in ons brein die ons helpen snel en efficiënt tot relatief goede beslissingen te komen.

Beschikbaarheids­heuristiek (Availability)

Beschikbaarheids-heuristiek (Availability)
Beschikbaarheids­heuristiek (Availability)

Een vuistregel waarmee we de kans op een bepaalde gebeurtenis inschatten op basis van hoe makkelijk we ons een voorbeeld voor de geest kunnen halen.

Duur = Goed heuristiek

Duur = Goed heuristiek
Duur = Goed heuristiek

Wanneer iets duur is nemen mensen aan dat het ook beter is. Zelfs bij identieke producten wordt de duurdere als beter beoordeeld.

Vloeiend (Fluency) heuristiek

Vloeiend (Fluency) heuristiek
Vloeiend (Fluency) heuristiek

Wanneer iets sneller herkend wordt (en dus makkelijk en vloeiend wordt verwerkt door het brein) beoordelen we dit meer positief.

Affectheuristiek

Affectheuristiek
Affectheuristiek

Een vuistregel waarbij ons oordeel wordt bepaald door ons 'gevoel’. Een vrij onmiddellijke intuïtieve, affectieve reactie, meestal gebaseerd op eerdere ervaringen of associaties.

Autoriteit heuristiek

Autoriteit heuristiek
Autoriteit heuristiek

De neiging te voldoen aan verzoeken van personen die een positie van legitieme autoriteit vervullen.

Sympathie heuristiek

Sympathie heuristiek
Sympathie heuristiek

De neiging eerder te voldoen aan verzoeken van mensen die we sympathiek vinden.

Bias (vertekening)

Bias (vertekening)
Bias (vertekening)

Een systematische fout in ons denken, waardoor onze beslissingen suboptimaal zijn. Bias kan ontstaan wanneer we een situatie aan de hand van heuristieken systematisch verkeerd inschatten.

Optimisme bias

Optimisme bias
Optimisme bias

Mensen zijn van nature optimistisch. Over het algemeen overschatten we de kans dat ons iets positiefs gaat gebeuren en onderschatten we de kans op negatieve gebeurtenissen.

Negativiteits bias

Negativiteits bias
Negativiteits bias

We reageren sterker op negatieve stimuli dan op positieve.

Status quo bias

Status quo bias
Status quo bias

Mensen vinden het fijn om dingen te houden zoals ze zijn. Dit staat (gedrags)verandering in de weg.

Present bias

Present bias
Present bias

De neiging om buitenproportioneel veel waarde te hechten aan beloningen in het heden vergeleken met de toekomst.

Wederkerigheid

Wederkerigheid
Wederkerigheid

De neiging om een gift of dienst te beantwoorden met een gift of dienst. Positief gedrag leidt vaak tot een tegenprestatie van de ontvanger van het positieve gedrag.

Commitment

Commitment
Commitment

Mensen zijn sneller geneigd iets te doen wanneer ze al toegezegd hebben. Mensen zijn namelijk graag consistent en willen graag een positief zelfbeeld en reputatie behouden.

Injunctieve norm

Injunctieve norm
Injunctieve norm

Ook wel de prescriptieve norm genoemd, betreft de inschatting van wat anderen (in dezelfde groep) vinden dat men zou moeten geloven, vinden of doen in een bepaalde situatie: “omdat het zo hoort”.

Descriptieve norm

Descriptieve norm
Descriptieve norm

De inschatting van wat anderen (die behoren tot dezelfde groep) geloven, vinden of doen in een bepaalde situatie: “omdat iedereen het doet”.

Attitude

Attitude
Attitude

Een evaluatieve reactie (positief, neutraal of negatief) op een stimulus (het zogenoemde attitude-object). De attitude wordt automatisch opgeroepen door confrontatie met het attitude-object (persoon, plaats, ding, of onderwerp) en heeft invloed op onze gedachten, emoties en gedrag.

Waargenomen gedragscontrole

Waargenomen gedragscontrole
Waargenomen gedragscontrole

De mate waarin mensen denken controle te hebben over hun gedrag.

Theorie van gepland gedrag (theory of planned behaviour)

Theorie van gepland gedrag (theory of planned behaviour)
Theorie van gepland gedrag (theory of planned behaviour)

Deze theorie, ontwikkelt door Icek Ajzen, stelt dat de intentie om bepaald gedrag te vertonen de beste voorspeller is van dat gedrag. De theorie wordt vaak gebruikt om beredeneerd (rationeel) gedrag te begrijpen en te beïnvloeden.

Intentie

Intentie
Intentie

Iemands motivatie om zich op een bepaalde manier te gedragen. De intentie wordt bepaald door attitudes, sociale normen en waargenomen gedragscontrole.

Gedragsinterventie

Gedragsinterventie
Gedragsinterventie

Een interventie is een verandering in persoonlijke- en omgevingsfactoren met als doel bepaald gedrag te beïnvloeden.

Deze website maakt gebruik van cookies om na te gaan hoe deze wordt gebruikt.

Meer info